Buiten het schrijven van fantasyboeken, waar we je eigenlijk van kennen, heb je nog veel meer op je naam staan. Je schreef toneelstukken, gedichten en verhalen in genres als thrillers, horror en SF. Ook ben je columnist. Waarin vond je de meeste uitdaging of voldoening?
Goh, dat is zo verschillend, maar in alles vind ik voldoening. De toneelstukken en gedichten waren meer een hobby. Columns vind ik ontzettend leuk om te doen omdat je het persoonlijk kan maken. De uitdaging hierin is dan bij mij om niet teveel van mezelf bloot te geven, waar ik wel eens de neiging toe heb. Fictie verhalen zijn leuk omdat je dan je fantasie kan gebruiken, maar ook een grotere uitdaging omdat je een goed plot moet bedenken en realistische personages. Ik houd nogal van originaliteit, dus het is vooral een uitdaging om daaraan te voldoen, anders ben ik niet tevreden. Eigenlijk is het ook goed dat ik vroeger, puur voor het plezier, toneelstukken schreef, want die minieme ervaring gebruik ik nu voor de scenario’s van de stripreeks.
Van jongs af aan schreef je al alles op wat in je op kwam. Een maniak op het gebied van woorden bewaren, zo omschrijf je jezelf. Ook schraar je je onder de organische schrijvers. Je laat je in feite leiden en verrassen door datgene wat je schrijft. Schrijvers bezitten een grote fantasie, zegt men. Geldt dit ook voor jou?
Soms word ik ontzettend moe van de drukte en chaos in mijn hoofd. Ik denk dat ik me daarom meer tot de fantasie/S.F./horror verhalen aangetrokken voel. In die verhalen kan ik ideeën en inspiratie volop hun gang laten gaan. Als ik me teveel aan de realiteit moet houden, dan blokkeer ik. Dat schrijft voor mijn gevoel niet vlot genoeg. Dus, ja, ik denk wel dat ik een grote fantasie heb. ;-)
In 2003 ontstond het idee van de fantasiejagers.
Was het toen al duidelijk dat het een reeks kon/zou gaan worden?
Nee en ja. Ik had eigenlijk twee typoscripten geschreven. Het eerste had als titel ‘Ratiowereld’ en het tweede typoscript ‘Emowereld’. Uitgeverij Kramat wilde het toen echter uitgeven als één boek omdat het mijn debuut was en het zo voor een lagere prijs kon verkocht worden. Daardoor zitten er ook twee verhaallijnen in het eerste deel van de reeks. Maar het was toen absoluut niet zeker dat er ook volgende delen zouden verschijnen. Kramat wilde afwachten hoe het eerste boek het deed, wat uiteraard begrijpelijk is. Intussen schreef ik echter wel aan het tweede deel (of eigenlijk dus derde deel) en gelukkig wilde Kramat dat dus ook uitgeven.
Wat heb jij zelf met het paranormale?
Al sedert mijn 10-11 jaar ben ik gefascineerd door alles wat buiten het normale valt. Ik las tientallen boeken over het onderwerp en riep, samen met vriendinnen, geesten op. Toen was het veel moeilijker om je in het onderwerp te verdiepen dan nu, er waren nog niet zoveel boeken erover. Sedert mijn veertiende ben ik me intensiever met het occulte gaan bezighouden. Je had toen al geluk als je er één boek over vond. Mijn ouders schrokken zich een beroerte toen ze me bezig zagen, want er was bijna niets over bekend en het zag er enger uit dan het was. Nu zijn ze er al aan gewoon. Daarna kwam daar ook nog de interesse voor ufologie bij en ik heb indertijd ook een praatgroep opgericht voor UFO ontvoerden in Antwerpen. Door mijn studies in de psychologie vond ik dat aspect van de ufologie een fascinerend verschijnsel. Als kind las ik ook al Stephen King en waren mijn favoriete televisieprogramma’s ‘The Twilight Zone’ en ‘Star Trek’.
Je hebt psychologie gestudeerd en je hebt altijd al een fascinatie gehad met dromen en de slaap en hebt je daar vaktechnisch ook enorm in verdiept. Jouw kennis daarvan en interesse in onder meer mythen en ufo’s heb je kunnen gebruiken in je boeken. Heb je ook het gevoel je ei helemaal in je verhalen kwijt te kunnen?
O, ik kan zeker mijn ei kwijt. Het is een voordeel dat ik al zo jong met zoveel verschillende onderwerpen bezig was. Het is vooral leuk om ze te combineren en er nieuwe uitgangspunten of verklaringen voor te vinden. Zeg maar; fictie combineren met non-fictie. Ik had veel geluk toen ik me na zoveel jaren bezig te houden met dromen, me daarna ook op carrièregebied in slaaponderzoek kon verdiepen. Naast schrijven is de wereld van de slaapstoornissen nog steeds mijn tweede grote liefde.
Je schrijft alweer aan deel 5. Deel 4 ligt inmiddels bij de proeflezers. Voelt het prettig om vooruit te werken?
Of komen de verhalen gewoon vanzelf zodat je gewoon door wilt schrijven? En voelt het misschien als één lang verhaal dat je in afzonderlijke delen splitst?
Ik ben altijd snel en vooruitwerkend geweest. Ik houd niet van deadlines. Op school had ik mijn examens al gestudeerd voor de examenperiode begon. Op het werk was ik altijd al weken klaar voor iets af moest. Maar bij het schrijven komt er ook bij dat ik het mis als ik een tijdje niet schrijf. Vooral de boeken waar ik nu mee bezig ben. Ik mis Emowereld (de droomwereld) wanneer ik er niet in vertoef. Ik mis zelfs de personages. Dan krijg ik ontwenningsverschijnselen en komen er weer ideeën op die ik wel moet uitschrijven. Ik zie het niet als werk, maar als een noodzaak. En inderdaad, de fantasiejagersreeks schrijft zichzelf vooral. Elk deel staat op zichzelf, heeft een compleet nieuw plot en verhaallijn en zelfs vaak in een iets ander genre. Soms iets meer S.F., soms met een tintje horror. Het is natuurlijk wel zo dat de personages evolueren en hun levensloop meegroeit met elk boek. Ook de twee werelden veranderen tegenover elkaar. Als je niet elk boek gelezen hebt in de juiste volgorde mis je dus wel bepaalde informatie die het begrijpelijker maakt, maar ze kunnen zeker apart gelezen worden.
Een goed verhaal schrijft zichzelf. Ben jij het daarmee eens?
Hm, dat is afhankelijk van de schrijver, denk ik. De meeste schrijvers die ik ken zouden geen goed verhaal kunnen schrijven zonder het vooraf helemaal uitgedacht en uitgestippeld te hebben. Daar is niets verkeerd mee, het is gewoon een andere werkwijze. Bij mij is het wel zo dat ik al verhalen de prullenbak heb ingegooid omdat ze zichzelf niet schreven. Bij mij moet het schrijven vloeiend verlopen, ik moet erin meegezogen worden en benieuwd zijn waar het naartoe zal leiden. Als ik dat niet heb, stop ik met het boek.
Je hebt een sterke band met Nederland. Je hebt er gewoond en gewerkt en je hebt hier naam gemaakt als auteur. Nu woon je alweer lang in België. Kun je ons vertellen wat je zo in Nederland aantrekt?
Veel! Ik word telkens naar Nederland getrokken, lijkt het wel. Vroeger wilde ik ooit parapsychologie in Nederland studeren. Ik heb uiteindelijk voor psychologie gekozen, maar het scheelde niet veel. Trouwens, die opleiding parapsychologie bestaat al een tijdje niet meer in Nederland. Ik ben ook gehuwd met een schat van een vent, een Nederlander dus. De meeste mensen denken dat ik daarom in Nederland gewoond en gewerkt heb, maar dat is niet zo. Ik kreeg de werkaanbieding in het slaapcentrum van Den Haag en hij was zo lief om me te volgen. De tekenares van de strip is ook een Nederlandse! Ik schrijf zowel voor een Belgische uitgever als een Nederlandse (korte verhalen bij uitgeverij Parelz: www.parelz.eu). De combinatie van Nederland en België is ideaal, vind ik, op alle vlakken! We vullen elkaar goed aan, net als in een goede relatie. Mijn man zegt wel eens: de Belgen creëren het en de Nederlanders verkopen het.
Kun je uitleggen hoe het idee ontstaan is van de stripserie die gemaakt wordt en gebaseerd is op de fantasie boekenreeks? En hoe gaan de voorbereidingen hiervoor in zijn werk?
Veel lezers van mijn boeken vonden dat het verhaal en de werelden zich uitstekend zouden lenen voor een film en een strip, door het sterk visuele aspect. Dus ben ik aan de slag gegaan en zocht ik een tekenaar.
Melchior was enorm goed,maar zijn tekenstijl paste, volgens anderen, niet goed bij de stijl van mijn boeken. Dus vond ik een andere tekenares, maar we hadden nog geen uitgever. Stripuitgeverij Daedalus was meteen te vinden voor het concept. Luk Schrijvers vond het idee van de twee werelden en het fantasie/SF gehalte ervan uitstekend voor een stripreeks. Er was wel een voorwaarde. Hij wilde zelf een tekenares aanstellen die hij meer geschikt vond. En zodoende is het Shanna Paulissen geworden en verzorg ik het scenario. De samenwerking verloopt erg goed!
Je hebt onlangs een geheel nieuw personage ontwikkeld: Manon Maxim. Zij is een combinatie van realiteit en fantasy. Is dat juist? En wil je dit boek, dat je als genre urban-fantasy meegeeft, laten aansluiten in stijl van De Fantasiejagers of zie je liever dat lezers dit loskoppelen?
Het is compleet anders en ook weer niet. De fantasiejagersreeks is moeilijk om onder een bepaald genre onder te brengen. Sommige vonden het humor-fantasie, andere S.F.-fantasie. Hoe dan ook, doordat er verschillende stijlen in verwerkt zitten kan er geen genre op geplakt worden. Bij de Manon Maxim reeks is dat anders. Het speelt zich af in deze tijd en op deze wereld, dus leunt het al veel meer bij de realiteit aan. Maar, uiteraard kan het niet anders bij mij, zit er ook een portie fantasie en bovennatuurlijke elementen in, wat tegenwoordig als urban fantasie wordt gezien. Ik denk wel dat de lezers van de fantasiejagers Manon ook leuk zullen vinden. Echter, mogelijks zullen degene die enkel de Manon boeken leuk vinden, de fantasiejagersreeks te extreem vinden. De Manon reeks zal algemener aanvaard worden, vermoed en hoop ik.
Urban-fantasy zijn boeken die een flinke dosis realiteit bezitten met een vleug fantasy. Het wordt ook wel omschreven als boeken met gaten in de werkelijkheid. Klopt dat?
Ja, dat vind ik eigenlijk wel een goede omschrijving en ook toepasbaar op de Manon reeks.
In je pubertijd, zo schrijf je op je website, voelde je je het beste bij het schrijven van pure fictieboeken. Is dat nog steeds zo?
Zeker weten.
Er is al harde realiteit genoeg aanwezig. Laat mij maar ontsnappen in het onmogelijke dat misschien ooit mogelijk zal zijn.
Je hoort vaak dat thriller- en romanlezers fantasyboeken net een stap te ver vinden. Je ziet ook steeds meer boeken verrijzen die zich er ertussen in scharen. Denk je dat, als de lezer dit bevalt, de drempel naar real fantasy hiermee is verlaagd?
Dat ben ik zeker. Ik heb dat zelfs al ondervonden met de fantasiejagersreeks. Lezers die nooit fantasie lazen, mailden me dat ze door mijn boeken nu vaker fantasie zullen gaan lezen. Dat ze nooit verwacht hadden het leuk te vinden. En ik kan me daar goed bij aansluiten. Vroeger, voor de reeks, las ik nooit fantasie. Ik had er, net zoals bij velen, een vooroordeel over. Nu echter lees ik het vaker en gelukkig maar; een nieuwe boekenwereld is voor me opengegaan. Ik lees nu werkelijk alle genres door elkaar en elk genre heeft voor mij zijn plus- en minpunten.
Is er, op schrijfgebied, iets wat je nog graag zou willen leren of doen?
Zo goed kunnen schrijven als Michael Marshall Smith, Dean Koontz of John Vermeulen.
En onmiddelijk een typoscript kunnen afleveren zonder fouten.
Je schrijft en werkt veel samen met collega-auteur Tisa Pescar.
In een interview vertelde Tisa dat er plannen waren om samen ook boeken uit te gaan geven. Is daar inmiddels wat meer over te vertellen?
Jammer genoeg zijn de twee typoscripten die we samen hebben geschreven van de baan. Niet door de uitgever, maar door onszelf en onze proeflezers. We wilden onze beide boekenreeks combineren en de personages elkaar laten ontmoeten. En eerlijk gezegd; het waren leuke boeken, maar de proeflezers hadden gelijk. Door de twee werelden te combineren verloren we de identiteit en sterkten van onze aparte reeksen. Wel is het zo dat we ooit hopen een boek samen te schrijven, want het was ontzettend leuk om te doen. Maar dan wordt het een geheel op zichzelf staand verhaal.
Kun je vijf dingen opnoemen die bijna niemand van je weet maar wel erg bij jouw als persoon horen?
Mijn vrienden zeggen wel eens dat ik door mijn eerlijkheid bot overkom. Ik ben een slechte leugenaar, maar daardoor ook niet altijd even subtiel met de waarheid. Als een vriendin mij vraagt wat ik van haar nieuwe kapsel vind en ik vind het niet mooi, dan zeg ik dat soms te bot.
Ik heb ook een tweezijdige persoonlijkheid, niet in lichte mate zoals bij velen, maar extreem. Enerzijds ben ik emotioneel en sta ik open voor nieuwe dingen, maar anderzijds kan ik erg rationeel en down to Earth zijn. Enerzijds houd ik van aandacht en anderzijds sluit ik me het liefst op in mijn huis zonder iemand te zien. Ik ben erg sociaal, maar evenzeer een eenzaat. Ik houd van het verleden, de art Deco periode vooral, maar ik ben ook erg S.F. en toekomstgericht. En zo gaat het maar door… ;-) Gek word ik er soms van!
En ik heb twee bizarre wensen: ik wil me laten invriezen zodat ik over 500 jaar wakker gemaakt kan worden en ik wil ooit nog een trip maken met een spaceshuttle.
Wat maakt het schrijversvak zo mooi volgens jou?
Teveel om op te noemen. Je kan je creativiteit en de chaos in je hooft kwijt. Je creeërt eigen werelden en personages, precies hoe jij het wil (hoewel... ze gaan vaak een eigen leven leiden)! Je doet het in je eigen tempo en je kan het van huis uit doen. (ik verlaat niet graag mijn huis) Je maakt er andere mensen gelukkig mee of geeft ze in ieder geval wat ontspanning.
Naar de boeken van Mel Hartman
Naar de website van Mel Hartman
