Maria foerier's Dizzie (103)
Naam: maria foerier
Woonplaats: Nijmegen
Leeftijd: -
Favoriete bezigheden: literatuur, filosofie, poëzie, golf, zumba, tennis, schilderen, muziek
Woonplaats: Nijmegen
Leeftijd: -
Favoriete bezigheden: literatuur, filosofie, poëzie, golf, zumba, tennis, schilderen, muziek
Vrienden: 103
Geplaatste reacties: 29
Toegevoegd: 7 boeken
Aantal stemmen: 118 keer gestemd
Dizzie sinds: 16-11-2010, 14:36:47
Ik lees nu: even niet
Geplaatste reacties: 29
Toegevoegd: 7 boeken
Aantal stemmen: 118 keer gestemd
Dizzie sinds: 16-11-2010, 14:36:47
Ik lees nu: even niet
Maria foerier's Blog
De ondergang van de familie Perzik
22-03-2013 om 10:19:17
het begin van een nieuwe roman
Eindelijk voel ik me als schrijver rijp genoeg om mijn eersteling te bewerken en om te vormen tot een volwassen roman: De Ondergang van de familie Perzik. De eerste vijftien bladzijden heb ik zojuist op mijn blog gezet. Lees: link en ik ben natuurlijk erg benieuwd naar de eerste lezersreacties.
....................................................................................
Melden
....................................................................................
Melden
MOOIE JONGENS
15-03-2013 om 08:56:13
opnieuw een lovende recensie
Dat is nog eens een mooi begin van de boekenweek. Opnieuw een lovende recensie over mijn debuutroman MOOIE JONGENS. Dit keer in de Zij AAN ZIJ. ‘Een aangrijpend en avontuurlijk verhaal over identiteit, seks en liefde,' schrijft Aimee van Dinthen, ' Prachtig verteld! eerlijk, expliciet en ontzettend direct.'
Je kunt de volledige recensie hier lezen:
link
en in de Z/Z natuurlijk. Ze geven ook nog eens 5 gratis exemplaren weg.Daarvoor hoef je alleen maar een mailtje te sturen...
----------------------------------------------------------- Melden
Je kunt de volledige recensie hier lezen:
link
en in de Z/Z natuurlijk. Ze geven ook nog eens 5 gratis exemplaren weg.Daarvoor hoef je alleen maar een mailtje te sturen...
----------------------------------------------------------- Melden
Een helm van oude sneeuw
18-01-2013 om 10:54:56
over Jeroen Brouwers
Ken je dat gevoel? Smoorverliefd vanaf het eerste moment. Helemaal verloren, totaal ondersteboven. En zo diep geraakt, niet zozeer door zijn verhaal, maar door de woorden, nee, meer nog het timbre, de klank van zijn stem. De melodie en het tempo.
Ik was er niet op verdacht, want ik kende hem al zo lang. Nou ja, kennen... van naam dan. Wie kent hem niet? Er stonden een paar werken van hem bij mij in de kast. Nog nooit gelezen, alleen heel vluchtig ingekeken. Maar op een of andere manier kwam het er nooit van. Tot donderdag 3 januari 2013. Meer dan twaalf jaar nadat het boek is uitgegeven las ik dan eindelijk ‘Geheime kamers’ van Jeroen Brouwers.
alsof het gegroeid is
Inmiddels heb ik ook ‘Datumloze dagen’, een fragment uit ‘Winterlicht’ en een paar essays en korte verhalen uit ‘ Het leven, de dood’ en ‘Papieren levens’ gelezen. Hoog tijd om wat anders te gaan doen, want nog meer somberheid en negativiteit kan ik niet verdragen, maar wat een schrijver! Wat heeft die man veel talent!
Zowel ‘Geheime kamers’ als ‘Datumloze dagen’ zijn authentieke en geloofwaardige verhalen. Jeroen Brouwers neemt volop de vrijheid om te spelen met het verstrijken van de tijd, met verschillende dialoogvormen, met de overgang tussen dialoog en reflectie, en dit kan hij ook doen want zijn boeken zijn nergens onduidelijk of verwarrend. Ze brachten me wel in verwarring maar dat is iets anders. Wat een indrukwekkende boeken, alsof ze organisch zijn gegroeid in plaats van bedacht. Alsof ze in een droom zijn ontstaan. Elk detail past. De wereld van Brouwers is inkt- en inktzwart, maar hij schrijft niet zonder humor. Zwarte humor natuurlijk, dat dan weer wel.
parels
Laat ik me beperken tot ‘Geheime kamers’ want dat boek las ik als eerste en heeft op mij de meeste indruk gemaakt. Het heeft geen zin om het verhaal hier in het kort te vertellen want daar gaat het bij Brouwers helemaal niet om. Op de achterflap van het boek wordt trouwens ook helemaal niks over de inhoud vermeld en dat vond ik zelf eigenlijk helemaal niet onprettig. In plaats van het boek samen te vatten zal ik er een stuk uit citeren. Laat ik maar gewoon bij het begin beginnen:
‘Opeens was er post van Nico Sibelijn. Een dubbelgevouwen vel geschept papier met een watermerk. Daar stond in semi-gotiosche letters op gedrukt dat ik werd uitgenodigd om zijn inaugurele rede bij te wonen. Met vulpen, dunne punt, zwarte inkt, had hij er bijgekriebeld: ‘ Je komt toch? hartelijk. Nico.’
De inaugurele rede ging over fossielen.
Toen ik voor Nico stond, stak deze zijn gestrekte arm naar mij uit, mij zo op afstand houdend, en drukte mijn hand. Weer kon hij me niet onmiddellijk thuisbrengen en monsterde me, zijn hoofd achterover om door zijn afgezakte bril te kunnen kijken. Hierna sprak hij met plechtige vreugde mijn naam uit:
‘Jelmer van Hoff.. ach, nee maar... Jelmer... Hoe is het vertel eens mijn beste?’
‘ Er is niet zo veel te vertellen, eigenlijk.’ Ik deelde hem mee dat ik al enige tijd geen leraar meer was. ‘ Gezagsproblemen. Ik kon geen orde houden. Allerlei conflicten met leerlingen, ouders, schoolbestuur, die hele toestand. Laat maar...’
Ik trilde zo, dat de borrel over de rand van mijn kelkje gutste en in ijskoude druppels over mijn vingers lekte.’
‘O?” zei Nico. ‘En nu?’
‘WAO’
‘Paula?’
Goed, antwoordde ik. Paula heeft een gedeelde artsenpraktijk in Daalbergen. Druk bestaan. Ook ‘s avonds en ‘s nachts vaak van huis. Hanneke is...
‘Hanneke?’
Onze dochter. Weer hapte ik de alcohol in één keer naar binnen en zette het glaasje op een uitstalkast vol zwarte vogelbotjes, door onze voorouders in een of ander holentijdperk aangewend als naald of speld, zaagje, haarsierdraad, tekenstift, tandenkoteraar.
‘Ach ja,’ zei Nico, ‘stom van me. Een leuke meid? Shame dat we elkaar zo uit het oog zijn verloren. Daphne en ik hebben Hanneke nooit gezien, meen ik?’
Portefeuille trekken, foto van Hanneke laten zien? Leuke meid, lief kind. Aanhankelijk, altijd vrolijk, lacht de hele dag. Gezichtje als een voetbalgrote aardappel, waar plukken stug zwart haar op groeien. Daar een witte strik in. Mond hangt altijd open, onderlip puilt naar voren en verzamelt het speeksel dat in draden voor haar kin komt te hangen. Krijgt al borstjes, maar kan niet praten, alleen maar wawawa. Behalve schateren kan ze ook gierend huilen en in het mongolenorkest mag ze rinkelen met de tamboerijn.
(Jeroen Brouwers: Geheime kamers)
Die kwam wel aan. Bij mij dan, en ik had tientallen van dit soort pareltjes uit kunnen kiezen. Brouwers maakt de wereld niet mooier dan die is, maar hij schrijft nooit zonder compassie, alleen zijn echtgenote komt er in ‘Geheime kamers’ wel erg slecht vanaf. Bijna typematig. En dat is dan ook wel echt het enige minpuntje van dit boek. Maar dat is een detail. Het zegt misschien iets over het leven van de schrijver want ook in ‘Datumloze dagen’ wordt de echtgenote van de hoofdpersoon (later ex-echtgenote) opvallend kil en liefdeloos beschreven. En ook daar wordt een weerzien na tientallen jaren beschreven. Dit keer met zijn ex Mirjam.
Ach, waarom zou ik me ook beperken tot ‘Geheime kamers’? Laat ik ook nog een stukje citeren uit 'Datumloze dagen':
‘Ik houd van rijzig, dun en plat, weinig boezem, weinig zitvlak, kort haar, het type jongensmeisje, waaraan Mirjam ooit heeft beantwoord, - ze heeft alleen het korte haar nog, dat nu haar hoofd bedekt en gezicht omlijst als een helm van oude sneeuw.
(Jeroen Brouwers: Datumloze dagen)
Wat moet ik hier aan toe voegen? Alles wat ik over Brouwers beweer, schiet eigenlijk te kort. Hij formuleert het zelf immers zo treffend. Een helm van oude sneeuw. In het begin moest ik er alleen om lachen. Ik vond het vooral mooi geformuleerd, maar had nog niet meteen voor ogen hoe dat er dan in werkelijkheid uitziet. Ik zag alleen een soort stripfiguur voor me. Maar even later bleek ex Mirjam al bijna zeventig te zijn. Haar haar was wit geworden. En sinds ik haar voor de geest heb gehaald zie ik ze overal: oude dametjes achter hun rollator met die vuilwitte stomp afgeknipte kapsels. Zelfs in dat van mijn buurvrouw zie ik ineens een helm van oude sneeuw.
Jeroen Brouwers is een schrijver die je met nieuwe ogen leert kijken. Tegelijkertijd afstandelijk, onthecht èn betrokken. Ik kan het niet anders uitleggen.
Doorgaans sta ik huiverig tegenover overvloedig gebruik van beeldspraak. Metaforen, vergelijkingen en hyperbolen komen op mij vaak nogal gezocht en gewild literair over, maar bij Jeroen Brouwers gaat het elke keer goed. Wat een schrijver, iemand die overigens niet zozeer inspireert om zelf weer te gaan schrijven maar eerder tot eerbied en bescheidenheid noopt.
Ook zo'n mooie ervaring bij het lezen van Brouwers? Of juist helemaal niet?
Je kunt het met andere lezers delen op link
_________________________________________________________________________________
Melden
Ik was er niet op verdacht, want ik kende hem al zo lang. Nou ja, kennen... van naam dan. Wie kent hem niet? Er stonden een paar werken van hem bij mij in de kast. Nog nooit gelezen, alleen heel vluchtig ingekeken. Maar op een of andere manier kwam het er nooit van. Tot donderdag 3 januari 2013. Meer dan twaalf jaar nadat het boek is uitgegeven las ik dan eindelijk ‘Geheime kamers’ van Jeroen Brouwers.
alsof het gegroeid is
Inmiddels heb ik ook ‘Datumloze dagen’, een fragment uit ‘Winterlicht’ en een paar essays en korte verhalen uit ‘ Het leven, de dood’ en ‘Papieren levens’ gelezen. Hoog tijd om wat anders te gaan doen, want nog meer somberheid en negativiteit kan ik niet verdragen, maar wat een schrijver! Wat heeft die man veel talent!
Zowel ‘Geheime kamers’ als ‘Datumloze dagen’ zijn authentieke en geloofwaardige verhalen. Jeroen Brouwers neemt volop de vrijheid om te spelen met het verstrijken van de tijd, met verschillende dialoogvormen, met de overgang tussen dialoog en reflectie, en dit kan hij ook doen want zijn boeken zijn nergens onduidelijk of verwarrend. Ze brachten me wel in verwarring maar dat is iets anders. Wat een indrukwekkende boeken, alsof ze organisch zijn gegroeid in plaats van bedacht. Alsof ze in een droom zijn ontstaan. Elk detail past. De wereld van Brouwers is inkt- en inktzwart, maar hij schrijft niet zonder humor. Zwarte humor natuurlijk, dat dan weer wel.
parels
Laat ik me beperken tot ‘Geheime kamers’ want dat boek las ik als eerste en heeft op mij de meeste indruk gemaakt. Het heeft geen zin om het verhaal hier in het kort te vertellen want daar gaat het bij Brouwers helemaal niet om. Op de achterflap van het boek wordt trouwens ook helemaal niks over de inhoud vermeld en dat vond ik zelf eigenlijk helemaal niet onprettig. In plaats van het boek samen te vatten zal ik er een stuk uit citeren. Laat ik maar gewoon bij het begin beginnen:
‘Opeens was er post van Nico Sibelijn. Een dubbelgevouwen vel geschept papier met een watermerk. Daar stond in semi-gotiosche letters op gedrukt dat ik werd uitgenodigd om zijn inaugurele rede bij te wonen. Met vulpen, dunne punt, zwarte inkt, had hij er bijgekriebeld: ‘ Je komt toch? hartelijk. Nico.’
De inaugurele rede ging over fossielen.
Toen ik voor Nico stond, stak deze zijn gestrekte arm naar mij uit, mij zo op afstand houdend, en drukte mijn hand. Weer kon hij me niet onmiddellijk thuisbrengen en monsterde me, zijn hoofd achterover om door zijn afgezakte bril te kunnen kijken. Hierna sprak hij met plechtige vreugde mijn naam uit:
‘Jelmer van Hoff.. ach, nee maar... Jelmer... Hoe is het vertel eens mijn beste?’
‘ Er is niet zo veel te vertellen, eigenlijk.’ Ik deelde hem mee dat ik al enige tijd geen leraar meer was. ‘ Gezagsproblemen. Ik kon geen orde houden. Allerlei conflicten met leerlingen, ouders, schoolbestuur, die hele toestand. Laat maar...’
Ik trilde zo, dat de borrel over de rand van mijn kelkje gutste en in ijskoude druppels over mijn vingers lekte.’
‘O?” zei Nico. ‘En nu?’
‘WAO’
‘Paula?’
Goed, antwoordde ik. Paula heeft een gedeelde artsenpraktijk in Daalbergen. Druk bestaan. Ook ‘s avonds en ‘s nachts vaak van huis. Hanneke is...
‘Hanneke?’
Onze dochter. Weer hapte ik de alcohol in één keer naar binnen en zette het glaasje op een uitstalkast vol zwarte vogelbotjes, door onze voorouders in een of ander holentijdperk aangewend als naald of speld, zaagje, haarsierdraad, tekenstift, tandenkoteraar.
‘Ach ja,’ zei Nico, ‘stom van me. Een leuke meid? Shame dat we elkaar zo uit het oog zijn verloren. Daphne en ik hebben Hanneke nooit gezien, meen ik?’
Portefeuille trekken, foto van Hanneke laten zien? Leuke meid, lief kind. Aanhankelijk, altijd vrolijk, lacht de hele dag. Gezichtje als een voetbalgrote aardappel, waar plukken stug zwart haar op groeien. Daar een witte strik in. Mond hangt altijd open, onderlip puilt naar voren en verzamelt het speeksel dat in draden voor haar kin komt te hangen. Krijgt al borstjes, maar kan niet praten, alleen maar wawawa. Behalve schateren kan ze ook gierend huilen en in het mongolenorkest mag ze rinkelen met de tamboerijn.
(Jeroen Brouwers: Geheime kamers)
Die kwam wel aan. Bij mij dan, en ik had tientallen van dit soort pareltjes uit kunnen kiezen. Brouwers maakt de wereld niet mooier dan die is, maar hij schrijft nooit zonder compassie, alleen zijn echtgenote komt er in ‘Geheime kamers’ wel erg slecht vanaf. Bijna typematig. En dat is dan ook wel echt het enige minpuntje van dit boek. Maar dat is een detail. Het zegt misschien iets over het leven van de schrijver want ook in ‘Datumloze dagen’ wordt de echtgenote van de hoofdpersoon (later ex-echtgenote) opvallend kil en liefdeloos beschreven. En ook daar wordt een weerzien na tientallen jaren beschreven. Dit keer met zijn ex Mirjam.
Ach, waarom zou ik me ook beperken tot ‘Geheime kamers’? Laat ik ook nog een stukje citeren uit 'Datumloze dagen':
‘Ik houd van rijzig, dun en plat, weinig boezem, weinig zitvlak, kort haar, het type jongensmeisje, waaraan Mirjam ooit heeft beantwoord, - ze heeft alleen het korte haar nog, dat nu haar hoofd bedekt en gezicht omlijst als een helm van oude sneeuw.
(Jeroen Brouwers: Datumloze dagen)
Wat moet ik hier aan toe voegen? Alles wat ik over Brouwers beweer, schiet eigenlijk te kort. Hij formuleert het zelf immers zo treffend. Een helm van oude sneeuw. In het begin moest ik er alleen om lachen. Ik vond het vooral mooi geformuleerd, maar had nog niet meteen voor ogen hoe dat er dan in werkelijkheid uitziet. Ik zag alleen een soort stripfiguur voor me. Maar even later bleek ex Mirjam al bijna zeventig te zijn. Haar haar was wit geworden. En sinds ik haar voor de geest heb gehaald zie ik ze overal: oude dametjes achter hun rollator met die vuilwitte stomp afgeknipte kapsels. Zelfs in dat van mijn buurvrouw zie ik ineens een helm van oude sneeuw.
Jeroen Brouwers is een schrijver die je met nieuwe ogen leert kijken. Tegelijkertijd afstandelijk, onthecht èn betrokken. Ik kan het niet anders uitleggen.
Doorgaans sta ik huiverig tegenover overvloedig gebruik van beeldspraak. Metaforen, vergelijkingen en hyperbolen komen op mij vaak nogal gezocht en gewild literair over, maar bij Jeroen Brouwers gaat het elke keer goed. Wat een schrijver, iemand die overigens niet zozeer inspireert om zelf weer te gaan schrijven maar eerder tot eerbied en bescheidenheid noopt.
Ook zo'n mooie ervaring bij het lezen van Brouwers? Of juist helemaal niet?
Je kunt het met andere lezers delen op link
_________________________________________________________________________________
Melden
de verleiding van vals spelen
18-12-2012 om 13:03:58
over 'Ontsporing' van Diederik Stapel
‘Ontsporing’ leest als een roman. Hoofdpersonage: een eenzame, onzekere man die bij gebrek aan talent valt voor de verleiding van vals spelen. Dat is althans het beeld dat Diederik Stapel van zichzelf neerzet.
Stapel kan schrijven, daar zit het probleem niet.
De eerste zin bijvoorbeeld is meteen raak: ‘Het zijn geen studenten die op de bus staan te wachten. Ze doen wel alsof, maar ze zijn net iets te jong. Het zijn scholieren.’ Deze observatie wordt gedaan door de ik-persoon, die maar net op tijd opzij kan springen voor de naderende bus. ‘De scholieren kijken geamuseerd toe,‘ vervolgt Stapel. ‘Ze zien een lange, donkere man, licht kalend, moderne bril, rommelig donker, grijzend haar. Ik draag een net pak en een luxe lichtblauw overhemd met chique, bijzondere manchetknopen. Het zijn ronde glazen knopjes waarachter een klein fotootje te zien is van mijn twee jonge dochtertjes.’
truc
De toon is gezet. Niet alleen is de symboliek goed gekozen. De wereld van het alsof: scholieren die zich voordoen als studenten. De geamuseerdheid die gevoeld wordt als Stapel maar net op tijd kan wegspringen voor een naderende bus. Ook zet Stapel zichzelf meteen neer als een onzeker en eenzaam individu, kwetsbaar in al zijn menselijkheid en vader van twee kinderen.
Natuurlijk is het een truc. Stom is Stapel niet, maar het werkt - althans bij mij - schrijven bestaat nu eenmaal bij de gratie van effectbejag en het spelen van een spel met de lezer.
‘Ik zweet in mijn keurige, blauw gestreepte pak van Italiaanse makelij,' schrijft Stapel, 'Buik in, jasje dicht, borst naar voren. Professor doctor Stapel. Als ik thuis achter mijn bureau zit, maak ik het knoopje van mijn broek los om de eindeloze druk te verminderen (...) Dus zeg maar Diederik.’
een mens van vlees en bloed
Deze Diederik weet wat hij doet. Hij weet hoe hij de lezer moet bespelen om zijn sympathie te winnen. Hij stelt zich kwetsbaar op en laat een mens zien van vlees en bloed. Maar ook al doorzie ik het trucje. Het werkt. Bij mij althans.
Stapel praat namelijk niks goed, hij vertelt alleen hoe het allemaal zo is gekomen en zijn zelfanalyse is ontluisterend. Daarnaast biedt het boek een mooie kans om in de zeden en mores van de academische wereld te duiken en dan in het bijzonder in die van de sociale psychologie. En dit alles is pas echt ontluisterend.
sociale psychologie als theater
Volgens Stapel is experimenteel psychologisch onderzoek eigenlijk theater; met de juiste methodologische opzet kun je vrijwel elk gewenst resultaat naar boven toveren, schrijft Stapel en met behulp van zijn collega’s wordt hij hier steeds beter in. Hij merkt steeds beter wat wel en wat niet werkt en na een tijdje weet hij precies aan welke knoppen hij moet draaien om via slinkse wijze in een experimentele onderzoeksopzet iets te laten verschijnen of verdwijnen.
Wat Stapel doet, is ‘niet keurig wit,’ zo schrijft hij, ‘maar ook niet pikzwart. Het was grijs en het was usance.’ Jarenlang loopt hij met deze voorgekookte ‘onderzoekjes’ dan ook keurig in de maat, maar echt groot succes bleef uit. De stap van het het orkestreren van volkomen betekenisloze onderzoeksresultaten, naar het regelrecht verzinnen van deze ‘feiten’ is helemaal niet groot, meent Stapel. Het is in elk geval stukken efficiënter.
'we weten allemaal hoe het werkt'
Deze laatste stap werd Stapel fataal. Hij wordt betrapt en dit betekent het einde van zijn wetenschappelijke carrière. Die stelde volgens Stapel overigens lang niet zo veel voor als de media ons willen doen geloven.
Zodra zijn val een publiek feit was, werd Stapels wetenschappelijke reputatie post hoc enorm opgeblazen. De afgang van een middelmatig wetenschapper die op fraude was betrapt werd opeens de in- eenstorting van een geniale wonderboy, een van de sterren aan het firmament van de Nederlandse psychologische wetenschap.
We weten allemaal hoe het werkt, schrijft Stapel. Het is spannender en sensationeler om te kijken hoe een hoge boom met wild geraas ter aarde stort dan te moeten aanschouwen hoe een klein boompje omknakt en zacht de grond aantikt. Hoe groter en extremer, hoe beter. Dat is de logica van de sensatie. Hiermee legt Stapel fijntjes een link tussen slodderwetenschap en broddeljournalistiek.
spijt
Stapel schrijft dat hij spijt heeft van de fraude die hij gepleegd heeft. En hij gaat met zijn spijt diep door het stof. Hij bewaart slechts een klein beetje eergevoel en dit gaat gepaard met de nodige pathetiek. Van zijn val maakt hij een zelfbewuste sprong en even later zelfs een regelrechte zelfmoordduik en dat is nogal ongeloofwaardig als je weet dat hij zijn fraude in eerste instantie hardnekkig bleef ontkennen en deze pas toegaf nadat hij werkelijk geen kant meer op kon.
Natuurlijk heeft Stapel spijt. Niet alleen om wat hij gedaan heeft maar vooral ook omdat hij betrapt is. Maar ach, we weten allemaal hoe het werkt, een regelrechte zelfmoordduik is stukken spannender en sensationeler dan een middelmatige professor die moeizaam door het leven struikelt om uiteindelijk keihard te vallen.
een belangrijke vraag
Is er dan niets meer heilig? vraagt Stapel aan het slot van zijn Ecce homo. Een belangrijke vraag. Het is een vraag die menigeen zich zo langzamerhand is gaan stellen. Na het schandaal van de priesters, de banken, de grootschalige fraude in woningcorporaties en ziekenhuizen. En nu is dan ook de wetenschap aan de beurt?
Jammer genoeg blijkt de vraag door Stapel zuiver retorisch te zijn bedoeld, want ‘nee’, geeft hij als antwoord, hier op aarde is niks meer heilig. Op aarde wonen mensen, en mensen maken fouten. Hoezeer we ook hopen dat rechters, dokters, dominees en wetenschappers heilig zijn - helaas, het zijn allemaal mensen. Hoezeer we ook verlangen naar robuuste ankers die ons houvast bieden in ons gevecht tegen de onpeilbare leegte en absurditeit van het bestaan - helaas, ze zijn er niet. Rechters zijn niet blind, dokters zijn ondernemers, priesters hebben verlangens, journalisten hebben verkooptargets en wetenschappers hebben belangen. Het is van een droevige eenvoud. Het is van een aardse, ontnuchterende, ontheiligende eenvoud. Nothing is sacred anymore. Nooit geweest ook. Als je op aarde op zoek gaat naar heiligheid, zo eindigt Stapel cynisch, dan is schijnheiligheid het beste wat je kunt vinden.
dissonant
Voor mij is dit slotstuk de enige echte dissonant in dit boek. Waar het Stapel aan ontbreekt is de kunst van de nuance. Je hoeft echt niet heilig te zijn om een beter mens te worden. Of omdat in elk geval te proberen. Natuurlijk hebben priesters verlangens, maar dat hoeft niet te leiden tot machtsmisbruik en seksuele intimidatie. Natuurlijk hebben journalisten verkooptargets maar dit hoeft niet per definitie te leiden tot broddeljournalistiek. En natuurlijk hebben wetenschappelijk medewerkers belangen, maar dit hoeft niet per se te leiden tot slodderwetenschap.
Voor een uitvoeriger beschouwing (ook over de smakeloosheid van Stapel om dit boek te promoten tijdens zijn mea culpa EN over de talloze 'gratis' downloads van dit boek: link
--------------------------------------------------------------------------- Melden
Stapel kan schrijven, daar zit het probleem niet.
De eerste zin bijvoorbeeld is meteen raak: ‘Het zijn geen studenten die op de bus staan te wachten. Ze doen wel alsof, maar ze zijn net iets te jong. Het zijn scholieren.’ Deze observatie wordt gedaan door de ik-persoon, die maar net op tijd opzij kan springen voor de naderende bus. ‘De scholieren kijken geamuseerd toe,‘ vervolgt Stapel. ‘Ze zien een lange, donkere man, licht kalend, moderne bril, rommelig donker, grijzend haar. Ik draag een net pak en een luxe lichtblauw overhemd met chique, bijzondere manchetknopen. Het zijn ronde glazen knopjes waarachter een klein fotootje te zien is van mijn twee jonge dochtertjes.’
truc
De toon is gezet. Niet alleen is de symboliek goed gekozen. De wereld van het alsof: scholieren die zich voordoen als studenten. De geamuseerdheid die gevoeld wordt als Stapel maar net op tijd kan wegspringen voor een naderende bus. Ook zet Stapel zichzelf meteen neer als een onzeker en eenzaam individu, kwetsbaar in al zijn menselijkheid en vader van twee kinderen.
Natuurlijk is het een truc. Stom is Stapel niet, maar het werkt - althans bij mij - schrijven bestaat nu eenmaal bij de gratie van effectbejag en het spelen van een spel met de lezer.
‘Ik zweet in mijn keurige, blauw gestreepte pak van Italiaanse makelij,' schrijft Stapel, 'Buik in, jasje dicht, borst naar voren. Professor doctor Stapel. Als ik thuis achter mijn bureau zit, maak ik het knoopje van mijn broek los om de eindeloze druk te verminderen (...) Dus zeg maar Diederik.’
een mens van vlees en bloed
Deze Diederik weet wat hij doet. Hij weet hoe hij de lezer moet bespelen om zijn sympathie te winnen. Hij stelt zich kwetsbaar op en laat een mens zien van vlees en bloed. Maar ook al doorzie ik het trucje. Het werkt. Bij mij althans.
Stapel praat namelijk niks goed, hij vertelt alleen hoe het allemaal zo is gekomen en zijn zelfanalyse is ontluisterend. Daarnaast biedt het boek een mooie kans om in de zeden en mores van de academische wereld te duiken en dan in het bijzonder in die van de sociale psychologie. En dit alles is pas echt ontluisterend.
sociale psychologie als theater
Volgens Stapel is experimenteel psychologisch onderzoek eigenlijk theater; met de juiste methodologische opzet kun je vrijwel elk gewenst resultaat naar boven toveren, schrijft Stapel en met behulp van zijn collega’s wordt hij hier steeds beter in. Hij merkt steeds beter wat wel en wat niet werkt en na een tijdje weet hij precies aan welke knoppen hij moet draaien om via slinkse wijze in een experimentele onderzoeksopzet iets te laten verschijnen of verdwijnen.
Wat Stapel doet, is ‘niet keurig wit,’ zo schrijft hij, ‘maar ook niet pikzwart. Het was grijs en het was usance.’ Jarenlang loopt hij met deze voorgekookte ‘onderzoekjes’ dan ook keurig in de maat, maar echt groot succes bleef uit. De stap van het het orkestreren van volkomen betekenisloze onderzoeksresultaten, naar het regelrecht verzinnen van deze ‘feiten’ is helemaal niet groot, meent Stapel. Het is in elk geval stukken efficiënter.
'we weten allemaal hoe het werkt'
Deze laatste stap werd Stapel fataal. Hij wordt betrapt en dit betekent het einde van zijn wetenschappelijke carrière. Die stelde volgens Stapel overigens lang niet zo veel voor als de media ons willen doen geloven.
Zodra zijn val een publiek feit was, werd Stapels wetenschappelijke reputatie post hoc enorm opgeblazen. De afgang van een middelmatig wetenschapper die op fraude was betrapt werd opeens de in- eenstorting van een geniale wonderboy, een van de sterren aan het firmament van de Nederlandse psychologische wetenschap.
We weten allemaal hoe het werkt, schrijft Stapel. Het is spannender en sensationeler om te kijken hoe een hoge boom met wild geraas ter aarde stort dan te moeten aanschouwen hoe een klein boompje omknakt en zacht de grond aantikt. Hoe groter en extremer, hoe beter. Dat is de logica van de sensatie. Hiermee legt Stapel fijntjes een link tussen slodderwetenschap en broddeljournalistiek.
spijt
Stapel schrijft dat hij spijt heeft van de fraude die hij gepleegd heeft. En hij gaat met zijn spijt diep door het stof. Hij bewaart slechts een klein beetje eergevoel en dit gaat gepaard met de nodige pathetiek. Van zijn val maakt hij een zelfbewuste sprong en even later zelfs een regelrechte zelfmoordduik en dat is nogal ongeloofwaardig als je weet dat hij zijn fraude in eerste instantie hardnekkig bleef ontkennen en deze pas toegaf nadat hij werkelijk geen kant meer op kon.
Natuurlijk heeft Stapel spijt. Niet alleen om wat hij gedaan heeft maar vooral ook omdat hij betrapt is. Maar ach, we weten allemaal hoe het werkt, een regelrechte zelfmoordduik is stukken spannender en sensationeler dan een middelmatige professor die moeizaam door het leven struikelt om uiteindelijk keihard te vallen.
een belangrijke vraag
Is er dan niets meer heilig? vraagt Stapel aan het slot van zijn Ecce homo. Een belangrijke vraag. Het is een vraag die menigeen zich zo langzamerhand is gaan stellen. Na het schandaal van de priesters, de banken, de grootschalige fraude in woningcorporaties en ziekenhuizen. En nu is dan ook de wetenschap aan de beurt?
Jammer genoeg blijkt de vraag door Stapel zuiver retorisch te zijn bedoeld, want ‘nee’, geeft hij als antwoord, hier op aarde is niks meer heilig. Op aarde wonen mensen, en mensen maken fouten. Hoezeer we ook hopen dat rechters, dokters, dominees en wetenschappers heilig zijn - helaas, het zijn allemaal mensen. Hoezeer we ook verlangen naar robuuste ankers die ons houvast bieden in ons gevecht tegen de onpeilbare leegte en absurditeit van het bestaan - helaas, ze zijn er niet. Rechters zijn niet blind, dokters zijn ondernemers, priesters hebben verlangens, journalisten hebben verkooptargets en wetenschappers hebben belangen. Het is van een droevige eenvoud. Het is van een aardse, ontnuchterende, ontheiligende eenvoud. Nothing is sacred anymore. Nooit geweest ook. Als je op aarde op zoek gaat naar heiligheid, zo eindigt Stapel cynisch, dan is schijnheiligheid het beste wat je kunt vinden.
dissonant
Voor mij is dit slotstuk de enige echte dissonant in dit boek. Waar het Stapel aan ontbreekt is de kunst van de nuance. Je hoeft echt niet heilig te zijn om een beter mens te worden. Of omdat in elk geval te proberen. Natuurlijk hebben priesters verlangens, maar dat hoeft niet te leiden tot machtsmisbruik en seksuele intimidatie. Natuurlijk hebben journalisten verkooptargets maar dit hoeft niet per definitie te leiden tot broddeljournalistiek. En natuurlijk hebben wetenschappelijk medewerkers belangen, maar dit hoeft niet per se te leiden tot slodderwetenschap.
Voor een uitvoeriger beschouwing (ook over de smakeloosheid van Stapel om dit boek te promoten tijdens zijn mea culpa EN over de talloze 'gratis' downloads van dit boek: link
--------------------------------------------------------------------------- Melden
schrijfwedstrijd Hella Haasse
07-12-2012 om 14:41:42
de uitslag is bekend
De uitslag van de Hella Haasse schrijfwedstrijd is bekend. De bedoeling was dat het onderstaande nagelaten tekstfragment werd afgemaakt. Er waren maar liefst 600 inzendingen. Vier versies kun je hier lezen: link
Het fragment van Hella Haasse:
Vaak als hij thuis kwam, tegenwoordig, was ze nog niet terug van haar middaginkopen. Hij hing zijn jas aan de kapstok, legde zijn tas op het gangtafeltje. Door de openstaande deuren links en rechts kon hij de hele woonruimte overzien. Nog was de geur van nieuwe stoffering flauw waarneembaar. De eetkamerstoelen stonden met de zittingen onder het tafelblad geschoven. De boeken in de kast, de ornamentjes en vazen op de vensterbank en het buffet waren symmetrisch, en in het gelid opgesteld. Het hout van de meubels glansde, het goedgewreven zeil op de vloer weerspiegelde vaag de vorm van de laag-bij-de-grondse dingen. De bladeren van de planten glommen ook. Hij wist dat zij die ‘s morgens een voor een afsponsde. In de keuken lag een smetteloos roestvrij stalen aanrecht te wachten, in de slaapkamer het witte vierkant van het bed. Dat er tijd verstreken was tussen iedere thuiskomst, dat het zomer was of winter, viel alleen op te maken uit de aard van het daglicht, uit de tint van de lucht achter de grote ramen. Te oordelen naar de orde in huis bestond er niets dan een onveranderlijk nu en hier. Hij waste zich in de badkamer tussen blanke tegels en nog blanker email, vouwde met een gevoel van schuld de brandschone rulle handdoek open, schoof de mat zorgvuldig recht voor hij wegging. Meestal stond hij een tijdlang in de woonkamer voor het raam; nu de dagen korter werden, zonder licht aan te steken. Schemering daalde over het braakliggende terrein daar beneden hem, verleende een geheimzinnige onwezenlijke schoonheid, als van een abstracte grafiek, aan de afvalhopen, wildernissen van onkruid en resten van de gesloopte huizen. De zwarte kuilen leken toegang tot een andere wereld. Hij keek naar de reusachtige glazen dozen van de flatgebouwen aan de overkant van het veld, en naar de bushalte in de verte, aan de weg die naar de winkels voerde. Steeds minder vaak zag hij zijn vrouw daarvandaan aanlopen. Toch vroeg hij haar nooit welke weg zij dan wel genomen had. Zodra zij thuis was ging de tijd verder. De lampen begonnen te branden. Zij kuste hem op de wang, deed een schort voor, droeg haar boodschappenmand de keuken in. Terwijl zij de tafel dekte glimlachte zij tegen hem, geruststellend. Die glimlach maakte hem beschaamd, hij wist niet waarom. Hij zei nooit iets tegen haar over het wachten, over de verwondering en het lichte onbehagen, die haar afwezigheid in hem wakker riepen. Melden
Het fragment van Hella Haasse:
Vaak als hij thuis kwam, tegenwoordig, was ze nog niet terug van haar middaginkopen. Hij hing zijn jas aan de kapstok, legde zijn tas op het gangtafeltje. Door de openstaande deuren links en rechts kon hij de hele woonruimte overzien. Nog was de geur van nieuwe stoffering flauw waarneembaar. De eetkamerstoelen stonden met de zittingen onder het tafelblad geschoven. De boeken in de kast, de ornamentjes en vazen op de vensterbank en het buffet waren symmetrisch, en in het gelid opgesteld. Het hout van de meubels glansde, het goedgewreven zeil op de vloer weerspiegelde vaag de vorm van de laag-bij-de-grondse dingen. De bladeren van de planten glommen ook. Hij wist dat zij die ‘s morgens een voor een afsponsde. In de keuken lag een smetteloos roestvrij stalen aanrecht te wachten, in de slaapkamer het witte vierkant van het bed. Dat er tijd verstreken was tussen iedere thuiskomst, dat het zomer was of winter, viel alleen op te maken uit de aard van het daglicht, uit de tint van de lucht achter de grote ramen. Te oordelen naar de orde in huis bestond er niets dan een onveranderlijk nu en hier. Hij waste zich in de badkamer tussen blanke tegels en nog blanker email, vouwde met een gevoel van schuld de brandschone rulle handdoek open, schoof de mat zorgvuldig recht voor hij wegging. Meestal stond hij een tijdlang in de woonkamer voor het raam; nu de dagen korter werden, zonder licht aan te steken. Schemering daalde over het braakliggende terrein daar beneden hem, verleende een geheimzinnige onwezenlijke schoonheid, als van een abstracte grafiek, aan de afvalhopen, wildernissen van onkruid en resten van de gesloopte huizen. De zwarte kuilen leken toegang tot een andere wereld. Hij keek naar de reusachtige glazen dozen van de flatgebouwen aan de overkant van het veld, en naar de bushalte in de verte, aan de weg die naar de winkels voerde. Steeds minder vaak zag hij zijn vrouw daarvandaan aanlopen. Toch vroeg hij haar nooit welke weg zij dan wel genomen had. Zodra zij thuis was ging de tijd verder. De lampen begonnen te branden. Zij kuste hem op de wang, deed een schort voor, droeg haar boodschappenmand de keuken in. Terwijl zij de tafel dekte glimlachte zij tegen hem, geruststellend. Die glimlach maakte hem beschaamd, hij wist niet waarom. Hij zei nooit iets tegen haar over het wachten, over de verwondering en het lichte onbehagen, die haar afwezigheid in hem wakker riepen. Melden
the day after
12-11-2012 om 19:13:06
en nu maar wachten op de reacties...
Het zit erop. De boekpresentatie gisteren was een geweldig groots en gaaf feest. Dankzij De Lindenberg, dankzij Camping Elizabeth, dankzij Willie Hautvast, maar vooral dankzij al die gasten (meer dan 100 in totaal) die de moeite hebben genomen om helemaal naar Nijmegen te komen. Er zijn volop foto's van de boekenpresentatie gemaakt. Die verschijnen vrijdag op mijn weblog.
Vanaf vandaag zijn zowel mijn debuutroman MOOIE JONGENS als mijn bundel VAN WIE DIT LEEST HOUD IK trouwens in elke Nederlandse boekhandel te koop of te bestellen.
Heb je het boek eenmaal gelezen, steek je mening dan niet onder stoelen of banken. Niet alleen ik ben erg benieuwd naar wat je ervan vindt. Anderen zijn misschien ook wel geïnteresseerd.
Je kunt je leeservaring hier kwijt: link maar nog mooier is als je meteen een review plaatst op bijvoorbeeld: bol.com, bruna.nl, selexyz.nl, van stockum of hier op dizzie natuurlijk. Met een goed onderbouwde review kun je bij de meeste van deze sites boekenbonnen van €20 tot €50 verdienen.
Op www.boeknet.nl kun je er zelfs een iPad mee winnen. Helemaal niet verkeerd toch?
------------------------------------------------------------------ Melden
Vanaf vandaag zijn zowel mijn debuutroman MOOIE JONGENS als mijn bundel VAN WIE DIT LEEST HOUD IK trouwens in elke Nederlandse boekhandel te koop of te bestellen.
Heb je het boek eenmaal gelezen, steek je mening dan niet onder stoelen of banken. Niet alleen ik ben erg benieuwd naar wat je ervan vindt. Anderen zijn misschien ook wel geïnteresseerd.
Je kunt je leeservaring hier kwijt: link maar nog mooier is als je meteen een review plaatst op bijvoorbeeld: bol.com, bruna.nl, selexyz.nl, van stockum of hier op dizzie natuurlijk. Met een goed onderbouwde review kun je bij de meeste van deze sites boekenbonnen van €20 tot €50 verdienen.
Op www.boeknet.nl kun je er zelfs een iPad mee winnen. Helemaal niet verkeerd toch?
------------------------------------------------------------------ Melden
MOOIE JONGENS
31-10-2012 om 18:00:09
boekpresentatie Nijmegen
Eindelijk is het zover en zullen zowel mijn debuutroman MOOIE JONGENS als mijn
verzamelbundel VAN WIE DIT LEEST HOUD IK het daglicht zien. Alle reden voor een feestje.
Dit gaat gebeuren op zondagmiddag 11 november in theatercafé De Lindenberg, Ridderstraat 23 te Nijmegen.
Er is een pianist. En niet zomaar een pianist, maar Willie Hautvast jr. Hij begint om 16.00 uur.
Er is een bandje. En niet zomaar een bandje, maar Camping Elizabeth uit Leiden. Zij beginnen om ongeveer 17.00 uur.
Uiteraard is hier ook de gelegenheid om de twee boeken te kopen en er worden de eerste exemplaren uitgereikt aan de mensen die me hebben geholpen.
En natuurlijk zal ik voorlezen. Saai wordt het niet. Dat is beloofd!
Alle belangstellenden zijn welkom op deze feestelijke boekenpresentatie.
De elfde van de elfde, dat is niet moeilijk om te onthouden. Om er voor te zorgen dat er voor iedereen een welkomstdrankje klaar staat is het wel fijn als je je van tevoren even aanmeldt. Dat kan eenvoudigweg door mij een mailtje te sturen: mail@mariafoerier.nl
meer info: link
________________________________________________________________________________ Melden
verzamelbundel VAN WIE DIT LEEST HOUD IK het daglicht zien. Alle reden voor een feestje.
Dit gaat gebeuren op zondagmiddag 11 november in theatercafé De Lindenberg, Ridderstraat 23 te Nijmegen.
Er is een pianist. En niet zomaar een pianist, maar Willie Hautvast jr. Hij begint om 16.00 uur.
Er is een bandje. En niet zomaar een bandje, maar Camping Elizabeth uit Leiden. Zij beginnen om ongeveer 17.00 uur.
Uiteraard is hier ook de gelegenheid om de twee boeken te kopen en er worden de eerste exemplaren uitgereikt aan de mensen die me hebben geholpen.
En natuurlijk zal ik voorlezen. Saai wordt het niet. Dat is beloofd!
Alle belangstellenden zijn welkom op deze feestelijke boekenpresentatie.
De elfde van de elfde, dat is niet moeilijk om te onthouden. Om er voor te zorgen dat er voor iedereen een welkomstdrankje klaar staat is het wel fijn als je je van tevoren even aanmeldt. Dat kan eenvoudigweg door mij een mailtje te sturen: mail@mariafoerier.nl
meer info: link
________________________________________________________________________________ Melden
Krabbel Maria foerier

MeldenBoekenwurm1, 21-12-2011 om: 17:40:45

de beste tien krijgen ook nog een gesprek met uitgever
Dat zou helemaal mooi zijn... ik ga voor je duimen!
MeldenMies, 21-12-2011 om: 10:50:18

En vond je het wat?
Ik heb ze gelezen of misschien beter gezegd op me in laten werken.
Ik ben met mijn kennis van de poëzie niet de meest aangewezen persoon om er een oordeel over te kunnen vellen maar ik vind ze aansprekend. Vooral vanwege het gevoel dat ze oproepen.
MeldenSafi, 21-12-2011 om: 00:27:45

MeldenMies, 20-12-2011 om: 22:43:21

Super Maria! En zo'n hoofdprijs is verdulleme ook niet niks zeg. Ik zal voor je duimen.
Maar dit is al heel mooi natuurlijk. Ik ben - geef ik onmiddellijk beschaamd toe - een poëziebarbaar maar ik zal toch een paar van je gedichten tot me nemen.
Melden
BOEKEN
Krabbels aan Maria foerier
Marleen87, 22-12-2011 om: 11:45:51

Dat zou helemaal mooi zijn... ik ga voor je duimen!

Ik heb ze gelezen of misschien beter gezegd op me in laten werken.
Ik ben met mijn kennis van de poëzie niet de meest aangewezen persoon om er een oordeel over te kunnen vellen maar ik vind ze aansprekend. Vooral vanwege het gevoel dat ze oproepen.


Maar dit is al heel mooi natuurlijk. Ik ben - geef ik onmiddellijk beschaamd toe - een poëziebarbaar maar ik zal toch een paar van je gedichten tot me nemen.
