Boeken
De Ontdekking van de hemel (2008) Van Harry Mulisch
Website:www.mulisch.nl
Romans
927 pagina's
God is teleurgesteld geraakt in de mens en is vastbesloten zijn contract met de mensheid, de Tien Geboden van Mozes, in te trekken. Om dit te bewerkstelligen, werd een engel belast met de taak om de Stenen Tafelen weer terug te krijgen in de hemel. Hiervoor worden de levens van de onwetenden Max Delius en Onno Quist van hogerhand gestuurd, met verstrekkende gevolgen.
Uitgever: De Bezige BijISBN: 9789023428220
Toegevoegd door Delphi
Stem hier:
4,21 / 83 stemmen
4,21 / 83 stemmen
Reacties
sini,
5 / 5

Het boek buitelt van ingewikkelde en rijke bespiegelingen over de theologie, astronomie, hieroglyphen, alchemie, muziek, architectuur en kunst. Die bespiegelingen zijn soms redelijk duizelingwekkend en (voor mij) onnavolgbaar, maar ook fascinerend en soms zelfs ontroerend. Ik ben behoorlijk agnostisch, maar ik snap de schoonheid en verlokking die uitgaat van het motief van het aloude geloof in de 'muziek der sferen' of de 'oerharmonie van het heelal'. Zeker zoals Mulisch het opschrijft. Ik ben een totale alfa, maar ik snap de fascinatie van natuurwetenschappers voor de oerknal en voor alles wat te maken heeft met het ontstaan van ons heelal. Zoals ik ook de fascinatie begrijp voor de oneindigheid van het heelal, voor sterrenlicht dat miljoenen lichtjaren erover doet om ons te bereiken, voor zwarte gaten, enzovoort enzovoort. Zeker zoals Mulisch het opschrijft. En dus raakte ik helemaal verslingerd aan Quintens peilloze dromen over b.v. fantastische, door het goddelijke of het onbewuste ingeblazen architectuur, met eindeloze gangen en trappen die de wetten van de zwaartekracht tarten. Onmogelijke architectuur eigenlijk, waarin a.h.w. een vorm gezocht wordt voor de niet te bevatten (en in die zin even 'onmogelijke') oerharmonie van het heelal. Zoals ik ook helemaal verslingerd raakte aan alle passages over onmogelijke meetkundige figuren of ondoorgrondelijke codes, en aan alle tantaliserende raadsels waarmee de personages worden geconfronteerd. Ik hou van literatuur die mijn verwondering voedt, en in De ontdekking van de hemel doet Mulisch dat op wel heel ijzersterke manier.
Het is ook nog eens een momumentaal verhaal over een vriendschap: Max Delius is een alter ego van Mulisch, Onno Quist is een evenbeeld van Mulisch' boezemvriend Jan Hein Donner, zodat dit boek ook een (ironisch) zelfportret is EN een monument voor Mulisch' gestorven vriend. En Quinten - in feite de zoon van Max en Onno, hoe paradoxaal dat ook lijken moge- is weer een aanstekelijk (vervormd) portret van de 17-jarige enthousiasteling die Mulisch tot zijn dood is gebleven: de briljante jongeling die op eigen wijze zijn weg zoek in kunst, filosofie, wetenschap en het occulte en die met jongensachtige onbevangenheid het onmogelijke najaagt. En dat leidt dan weer tot retespannende Dan Brown-achtige of Umberto Eco-achtige plotwendingen, met de verloren gewaande 'ark des verbonds' en de oorspronkelijke Stenen Tafelen (met daarop de door Mozes zelf opgeschreven tien geboden) als inzet.
Het verhaal is te ingewikkeld om na te vertellen, en bovendien zou het flauw zijn om stukken van de plot te verklappen. Maar een van de kernmotieven (dat staat al op de flaptekst, dus ik verklap niks) is dat twee engelen in feite via Quinten (en Onno, en Max) de Stenen Tafelen terug willen krijgen, omdat zij het verbond met de mensheid willen opzeggen. Dit omdat de mensheid (volgens de engelen) alle moraal heeft verloren en omdat de mens helemaal is gedomineerd door de techniek en daardoor zijn ziel verloren heeft. Die nogal pessimistische visie doordesemt ook het verhaalverloop: bijvoorbeeld in de bespiegelingen van Max over Auschwitz (de plek waar zijn moeder is vergast, de plek ook die samen met andere voor Max cruciale plaatsen een raadselachtige geometrische figuur laat zien), in het verraad dat de vriendschap tussen Max en Onno aantast, in Onno's wanhoop over alom groeiende onverschilligheid en vandalisme, en in andere details. Zoals bekend (kijk er o.a. Voer voor psychologen maar op na) dacht Mulisch zelf ook echt dat de mens door de techniek zijn ziel en persoonlijkheid verloren had en dat de wereld daaraan ten onder zou gaan. En die gedachte klinkt duidelijk door in allerlei uitspraken in De ontdekking van de hemel, met name uitsparen over techniek als een 'pact met de duivel'. Zoals ook Mulisch' gedachten over WO II doorklinken in de bespiegelingen van Max over het kwaad in de wereld, het raadsel van Auschwitz, het kwellende vermoeden dat het hele universum een zwart gapend gat is van totale zinloosheid. Dat, gecombineerd met allerlei dood en verdoemenis in het boek, geeft De ontdekking van de hemel een behoorlijk pessimistische toon.
Maar tegelijk is het vooral ook een boek vol uitbundige en zelfs uitzinnige verbeeldingskracht, waar je helemaal vrolijk van wordt. De vriendschap van Onno en Max is even ontroerend als hilarisch, en de jongensachtige fascinatie van Max en later Quinten voor de raadsels van het heelal is ongelofelijk aanstekelijk. Meer nog dan in andere boeken wist Mulisch mij te verbijsteren met zijn jongensachtig enthousiaste invallen over occultisme, alchemie en wetenschap. Alleen Mulisch kan zoiets bedenken als de 'historioscoop': een telescoop die de weerkaatsing opvangt van gebeurtenissen van eeuwen geleden. Onmogelijk, onvoorstelbaar en fantastisch, maar was de TV dat in 1800 niet ook? Prachtig is ook hoe Quinten opgroeit in een situatie die aan alle vastgeroeste conventies ontsnapt: met twee vaders (die allebei tegelijk wel en niet zijn vader zijn), met een afwezige moeder die juist door haar (op zichzelf trieste) afwezigheid sterker aanwezig is en ook een verstild en krachtig symbool is van oercreativiteit, en met een grootmoeder die (zonder dat Quinten het weet) tegen middernacht verandert in een seksueel bezeten furie. Een totaal andere setting dus dan de 'normale' familie, en juist daardoor kan Quintens uitzonderlijkheid zich ten volle ontplooien. Zo'n motief vind ik dan uitermate inspirerend en optimistisch. Net als het einde van het boek, waarin Quinten (als ik het goed heb begrepen) weer helemaal vervloeit met de oercreativiteit waaruit hij is voortgekomen. Mulisch zelf was bovendien geen pure pessimist: hij vreesde weliswaar de zielloosheid ten gevolge van de techniek, en werd zeer gekweld door het vraagstuk van het kwaad in de wereld, maar hij dacht ook dat kunst en verbeeldingskracht nog enige hoop op redding boden. En ook dat blijkt duidelijk in dit boek: het is immers ondanks al zijn pessimisme ook een jubelende ode aan de verbeeldingskracht, en een bruisende demonstratie van Mulisch' talent om het raadsel van de wereld nog vele malen te vergroten en te verrijken.
Prachtig boek kortom, dus ik ben blij dat ik het heb herlezen. En dat zal ik in de toekomst vast nog vaker doen!
4 / 5

Voor de gemiddelde lezer had het verhaal een stuk toegankelijker kunnen zijn, kennelijk wil Mulisch zich hiermee qua intelligentie boven de gemiddelde lezer zetten, en dat vind ik jammer en zelfs een hooghartige onderschatting van zijn lezer.(behalve de lezer aan wie het wel besteed is natuurlijk)
Dat neemt niet weg dat het een prachtig verhaal is, als je de moeilijke woorden overslaat.
De absurde wendingen in het verhaal zijn boeiend en daarom blijft het boek je steeds dwingen om verder te lezen,met name de ontwikkelingen in de vriendschap tussen Onno en Max (Anna) waren zeer de moeite waard.
Ondanks het feit dat ik niets heb met archeologie, theologie en astronomie vond ik het toch een bovengemiddeld boek, ik heb getwijfeld tussen 3 en 4 duimpjes, maar ik ben mild gestemd vandaag.
5 / 5

niet gestemd

5 / 5

Er komen zoveel thema's aan de orde,maar die vervelen niet .Voor mij was het daardoor juist dat ik er van genoot.Niet alles was voor mij begrijpelijk maar dat stoorde niet.