Van Kristine Groenhart
Website:www.kristinegroenhart.nl
Literatuur overig
239 pagina's
Wanneer Nico, een jonge student scheepsbouw, zich met een aantal vrienden en medestudenten moet melden als dwangarbeider in het kader van de Arbeitseinsatz, schrijft hij op 12 mei 1943 aan zijn ouders: ‘Waar we naartoe zullen gaan komen we morgen te weten. Hoe het af zal lopen is mij nog volkomen duister. Het enige waarnaar ik verlang is met enige jongens bij elkaar te mogen blijven, verder kan het me niet veel schelen wat er met ons gebeurt.’ Nico wordt ingezet in de oorlogsindustrie en slaapt in diverse barakken in Berlijn. Zijn leven wordt gereconstrueerd aan de hand van brieven, dagboekfragmenten en gesprekken met betrokkenen. Koffer uit Berlijn geeft een onthutsend beeld van een wereld waarin waanzin en normaliteit hand in hand gaan, en waar goed en fout dicht bij elkaar liggen. Te midden van het oorlogsgeweld houdt Nico zich staande door contacten met een NSB’er en vriendschappen met Duitsers. Hij bezoekt de bioscoop en de concertzaal, en houdt dispuutavonden met studenten. De ervaringen die hij opdoet in Berlijn zullen zijn verdere levensloop bepalen.
Uitgever: Athenaeum-Polak & Van GennepISBN: 9789025367084
Toegevoegd door Diana
0,00 / 0 stemmen
De student scheepsbouwkunde Nico Groenhart werd in april 1943 geconfronteerd met de eis dat studenten om hun opleiding te kunnen blijven volgen een loyaliteitsverklaring aan het bezettingsregime moesten tekenen. De leiding van de Delftse universiteit drong op tekenen aan, het studentenverzet riep op om het niet te doen, Nico weigerde aanvankelijk, tekende op het laatste moment toch, maar hij was er te laat mee en belandde als dwangarbeider bij Rheinmetall-Borsig AG even buiten Berlijn. In het begin viel het nog enigszins mee; het leven werd echter een stuk minder dragelijk toen hij samen met een vriend werd opgepakt (ze hadden een nacht in de fabriek geslapen en dat mocht niet) en naar een heropvoedingskamp werd gestuurd, waar Nico een tijdlang ernstig ziek was. In april 1945 werd hij door de Russen bevrijd en keerde hij na allerlei omzwervingen naar huis terug.
Kristine Groenhart is zeer consciëntieus en respectvol met het materiaal van haar oom en andere schrijvers – zijn ouders en anderen die zijn brieven beantwoordden - omgesprongen. Het verhaal wordt aan de hand van de documenten chronologisch verteld en verklaard. De brieven van de nog zo jonge student – hij is begin twintig – zijn informatief en vaak aandoenlijk: Nico komt over als het prototype van een gezonde, godvrezende Hollandse jongen, die veel van zijn ouders houdt. Hij weet van aanpakken en houdt zich flink, hoe zwaar het arbeidersbestaan hem ook valt. Extra interessant is, dat taalgebruik en opvattingen hier en daar het tijdsgewricht tekenen. Er spreekt optimisme en een zekere knusheid uit uitdrukkingen als “de gaatjes vullen” en een couplet uit een zelf geschreven lied:
J is de jeugd, aller hoop en vertrouwen
Wij zullen ons landje weer op moeten bouwen
Dus als we weer terug zijn: de hand aan de ploeg
En niet O.H.’en in speelhol en kroeg.
Terug naar de vraag, of Groenhart van haar kostbare materiaal een boeiend boek heeft weten te maken. Welnu, Koffer uit Berlijn is een goed, degelijk boek over een onderwerp waar nog niet veel over bekend was. Nico, zijn ouders, zijn vrienden en kennissen, komen echter nauwelijks tot leven. Groenhart blijft overal feitelijk, voegt niets toe waardoor we als lezer op het puntje van onze stoel gaan zitten. Weinig couleur locale ook. De documenten moeten, zo lijkt de schrijfster te denken, hun eigen verhaal vertellen. En dat doen ze maar gedeeltelijk. Dit is extra jammer, omdat Groenhart haar oom – “mijn lievelingsoom”, noemt ze hem – goed gekend heeft. Als ze meer uit eigen ervaring had geput, had het boek meer kleur gekregen, meer leven – het zou behalve een goed boek een spannend boek geworden zijn.
